Toen mijn ouders op mijn 19e gingen scheiden begon voor mij de zorg voor mijn moeder. Ik deed dat niet omdat ik dat wilde. Nee, ik werd gedreven door schuldgevoel en daardoor was ik me niet bewust van de grote verantwoordelijkheid die er op mijn schouders rustte.

Ik probeerde een ‘goede’ dochter voor mijn moeder te zijn en deed precies wat ze van me wilde. Ik vroeg me nooit af “Wat wil ik?”, nee ik was teveel gericht op anderen om zulke gedachten te hebben. Mijn voelsprieten waren naar buiten gericht en ik wilde voor helpen.

Mijn visie op ‘helpen’ maakte dat het voor mij heel normaal was om op mijn 19e¬†midden in de nacht naar mijn moeder te rijden wanneer ze me in paniek opbelde omdat ze niet alleen kon zijn. Totdat ik voelde dat het me echt teveel werd. Toen wist ik niks anders dan het contact met haar te verbreken.

En nu 40 jaar later heeft mijn vader me nodig. Gelukkig heb ik in die 40 jaar niet stilgezeten en ben ik inmiddels een heel ander persoon. Ook mijn vader is een heel ander soort persoon om voor te zorgen. Hij heeft duidelijk hulp nodig maar wil het liever niet.

De hulp die ik mijn moeder gaf was afgedwongen door schuldgevoelens. De hulp naar mijn vader komt voort uit verantwoordelijkheid en liefde

En een nieuwe kans om mijn vader beter te leren kennen.

Sinds ik uit huis gegaan ben, raakte ik het contact met mijn vader steeds verder kwijt. Door er nu voor hem te zijn krijg ik de kans om hem op een nieuwe manier te leren kennen en het is fijn om te zien dat hij echt blij is om mij te zien.

Wat ik nu voor mijn vader doe, doe ik niet alleen omdat het nodig is. Ook omdat ik er iets voor mezelf uithaal. Ik leer me dienstbaar opstellen en iets te doen voor een ander en ervan te genieten omdat ik zie hoe ik voor hem van waarde ben.

In de tijd dat ik nog zoekende was naar erkenning voor mijn pijnlijke gevoelens en ik mijn uiterste best deed om het anderen naar de zin te maken, was ik vooral gericht op:

  • Anderen te beschermen tegen vervelende gevoelens en daar paste ik mijn gedrag op aan.
  • Ik wilde anderen ook veranderen. Want als zij het anders zouden doen, dan zouden ze echt veel gelukkiger zijn.

Mijn vader is steeds meer aan het veranderen en ik zal me aan hem moeten aanpassen. Dat doe ik dan voor mezelf, want daardoor voel ik me beter. En ik weet ook dat hem willen veranderen, vechten is tegen beter weten in.

Mijn voelsprieten zijn nu weer naar binnen gericht, naar mij. Mezelf geven wat ik nodig heb om ervoor te zorgen dat ik er voor mijn vader kan zijn. Wanneer ik de situatie accepteer en liefdevol en open naar hem kan zijn dan is hij als was in mijn handen. Wanneer ik echter in de weerstand schiet, doet hij dat ook.

Omgaan met mijn vader laat mij zo duidelijk zien waar ik nog loop te duwen en te trekken. Dit geldt namelijk niet alleen naar mijn vader, maar ook naar mijn klanten. De omgang met mijn vader leert mij zoveel. Voor mijn klanten is het fijn dat ik ze op een zachte manier door een programma heen kan leiden en dat ik aan niemand hoef te duwen en te trekken. Dat ik namelijk geen kickass coach ben, dat is je vast wel duidelijk.

Soms heb ik trouwens wel het idee dat mensen behoefte hebben aan een coach die hun een trap onder de kont geeft. Ik lees het zo vaak ‘ik geef je een liefdevolle trap onder je kont’. Bij mij werkt dat niet. Net zoals het niet bij mijn vader zou helpen. Hij en ik, wij schieten samen in de weerstand. Geef mij maar zachte kracht. Een kracht waardoor ik vanuit een zachte energie jouw de basis meegeef van het ondernemen.

Ben je nieuwsgierig wat dit eventueel voor jou kan betekenen, neem dan vrijblijvend contact met me op zodat ik een keertje met je mee kan kijken. Ik doe dat met alle liefde.